Module 2 · Het gasnet van hoog naar laag · Les 3 van 8 · ± 10 min

De drukladder: van 80 bar naar 30 millibar

Een elektriciteitsnet is een cascade van transformatoren. Een gasnet is een cascade van drukreduceerstations. Structureel is het dezelfde gedachte: hoog beginnen voor het transport, per stap omlaag naarmate je dichter bij de klant komt.

Klik je hieronder omlaag door de hele keten.

De drukladder van het gasnet

80 bar → 30 mbar

Klik je omlaag door het net. Elke stap is een drukreductie met eigen apparatuur.

Landelijk transportnet (HTL)

80 bar

De hoofdtransportleidingen van Gasunie Transport Services voeren gas onder 66 tot 80 bar door het hele land. Ongeveer 12.000 km leiding, aangelegd vanaf 1963 na de vondst van het Slochterenveld. Hoge druk betekent dat er veel gas door een leiding van beperkte diameter past — precies dezelfde afweging als hoogspanning bij elektriciteit.

Beheer: Gasunie Transport Services (GTS)

Waarom moet gas voorverwarmd worden bij drukreductie?
Gas dat uitzet, koelt af — het Joule-Thomson-effect. Bij een grote drukstap van 40 naar 8 bar kan de temperatuur zo ver zakken dat er ijs op de regelaars ontstaat en er water in de leiding bevriest. Daarom verwarmt een gasontvangstation het gas voordat het de drukregelaar in gaat. Dit is een fundamenteel verschil met een elektriciteitsnet: een transformator hoeft niets voor te verwarmen.

Wie is waar de baas

Twee werelden, één overdrachtspunt

Het Nederlandse gasnet valt in twee stukken uiteen:

  • Gasunie Transport Services (GTS) beheert het landelijke gastransportnet — ongeveer 12.000 km leiding, 66 tot 80 bar op de hoofdtransportleiding (HTL) en maximaal 40 bar op de regionale transportleiding (RTL).
  • Zes regionale netbeheerders beheren de distributienetten: Liander, Enexis, Stedin, Coteq, RENDO en Westland Infra.

Het gasontvangstation is het overdrachtspunt. Op ruim 1.100 plaatsen in het land gaat het gas van GTS naar een regionale netbeheerder, meestal op 8 of 4 bar.

Vijf deelnetten, elk met een eigen maximum

Netbeheerders onderscheiden vijf deelnetten, elk met een minimale bedrijfsdruk en een MOP (Maximum Operating Pressure):

| Deelnet | Minimaal | MOP | |---|---|---| | 30 mbar | 25 mbar | 30 mbar | | 100 mbar | 40 mbar | 200 mbar | | 1 bar | 0,2 bar | 1 bar | | 4 bar | 0,8 bar | 4 bar | | 8 bar | 1,5 bar | 8 bar |

De minimumdruk is net zo belangrijk als het maximum: zakt de druk te laag, dan kunnen aangesloten toestellen niet meer werken — dat telt als een onderbreking.

Zet de onderdelen op volgorde, van bron naar keuken:

Klik twee items aan om ze van plaats te wisselen.

Check jezelf · 4 vragen · 7 punten

1

Zet de drukniveaus op volgorde, van hoog naar laag:

Kern · 4 punten

Zet in de juiste volgorde — je scoort per juist opeenvolgend paar.

130 mbar (in de woning)
2100 mbar (lagedruk)
38 bar (hogedruk distributie)
480 bar (HTL)
540 bar (RTL)
2

Wat is een gasontvangstation?

Kern · 1 punt

3

Waarom wordt gas in een gasontvangstation eerst verwarmd voordat de druk wordt gereduceerd?

Examen · 1 punt

4

Hoeveel kilometer leiding beheert Gasunie Transport Services ongeveer? (in km)

Verdieping · 1 punt

km