Module 1 · Wat is elektriciteit eigenlijk? · Les 1 van 10 · ± 7 min

Spanning, stroom en vermogen

Voordat we het over het net hebben, moeten drie woorden echt kloppen. Ze worden constant door elkaar gehaald — ook door mensen die er al jaren mee werken.

De makkelijkste manier om ze te snappen is een waterleiding.

Volt

Spanning (U)

de druk op de leiding

Ampère

Stroom (I)

hoeveel water er stroomt

Watt

Vermogen (P)

druk × stroom = kracht

Zet een dunne tuinslang onder hoge druk: veel druk, weinig doorstroming. Zet een brandweerslang open op lage druk: weinig druk, enorme doorstroming. Wat er echt toe doet is het product van die twee — dat is vermogen.

Watt = Volt × Ampère, ofwel P = U × I.

"Mijn zonnepanelen leveren 4000 kWh"

Dat is geen vermogen maar energie. Vermogen (kW) is hoe hard iets op dít moment gaat. Energie (kWh) is vermogen × tijd — hoeveel er in totaal doorheen is gegaan.

Een waterkoker van 2 kW die 6 minuten aanstaat gebruikt 0,2 kWh. De kW is de kraan, de kWh is de emmer.

Klik om te checken of je het door hebt:

Onthoud dit

Spanning is druk. Stroom is doorstroming. Vermogen is wat je er echt aan hebt. Energie is vermogen dat blijft duren.

Check jezelf · 5 vragen · 9 punten

1

Een apparaat trekt 10 A op 230 V. Wat is het vermogen?

Instap · 1 punt

2

Een waterkoker van 2000 W staat 6 minuten aan. Hoeveel kWh verbruikt hij?

Kern · 1 punt

kWh
3

kW en kWh betekenen in de praktijk hetzelfde.

Instap · 1 punt

4

Welke grootheid meet je in ampère? (één woord)

Instap · 1 punt

5

Koppel elke grootheid aan de juiste eenheid:

Kern · 5 punten

Spanning (U)
Stroom (I)
Vermogen (P)
Energie (E)
Weerstand (R)